Ingevolge de inwerkingtreding van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (hierna: Wabo) op 1 oktober 2010 is het voormalige beleid voor het intrekken van een bouwvergunning geactualiseerd.
Geactualiseerd beleid
Op 30 juni 2009 zijn de beleidsregels en de procedure inzake het intrekken van bouwvergunningen op grond van de Woningwet vastgesteld. Op 1 oktober 2010 is echter de Wabo in werking getreden, waardoor de juridische basis van de beleidsnotitie achterhaald is. Derhalve is de keuze gemaakt om de achterhaalde beleidsnotitie te actualiseren naar de stand van de huidige wetgeving.
Wijzigingen in het nieuwe beleid
In het nieuwe beleid bestaan een drietal wijzigingen ten aanzien van het voormalige beleid. Allereerst in de titel. De term ‘bouwvergunning’ is namelijk omgezet in de term ‘omgevingsvergunning.’ Deze omzetting heeft plaatsgevonden omdat de nieuwe wet Wabo deze term heeft aangenomen.
Daarnaast is de juridische basis veranderd, aangezien het beleid niet meer is gebaseerd op de Woningwet, maar op de nieuwe wet Wabo.
Tot slot wordt in het nieuwe beleid, anders dan in het voormalige beleid, onderscheid gemaakt in twee procedures, waarbij twee verschillende termijnen worden gehanteerd, te weten de intrekkingsregeling bij uitblijven van de activiteiten en de intrekkingsregeling bij het stilleggen van de activiteiten. De termijn die wordt gehanteerd voor het uitblijven van de activiteiten is gesteld op 52 weken en de termijn die wordt gehanteerd voor het stilleggen van de activiteiten is gesteld op 26 weken. Reden hiervoor is dat wanneer wordt geconstateerd dat de activiteiten stilliggen er al een aanzienlijke periode is verstreken vanaf het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning. Daarnaast zijn niet voltooide gebouwen bouwkundig en ruimtelijk ongewenst.
Uitgangspunt beleid
In beginsel heeft een verleende omgevingsvergunning een onbeperkte geldigheidsduur. De gemeente heeft slechts een bevoegdheid te besluiten aan de geldigheidsduur een eind te maken, indien een intrekkinggrond, zoals opgenomen in artikel 2.33 lid 2 Wabo, zich voordoet. Het ongebruikt laten voortbestaan van de vergunde rechten is om meerdere redenen ongewenst. Met het oog op deze ongewenste situatie, is het wenselijk om de omgevingsvergunning niet oneindig te laten voortbestaan. Bij het niet starten van activiteiten, is het zodoende van belang de afgegeven vergunning in te trekken. Het beleid moet voorkomen dat er ‘slapende vergunningen’ ontstaan. Overigens kan de beleidsregel ook worden toegepast op reeds ‘slapende vergunningen’.
Meer informatie
Het vastgestelde beleid kunt u hieronder terugvinden. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met één van de klantadviseurs, via (071) 332 72 72, of via info@kaagenbraassem.nl.


Volg ons via