Maatschappelijk vastgoed

Ruimte voor maatschappelijke activiteiten

In de gemeente Kaag en Braassem is een grote diversiteit aan Maatschappelijk vastgoed aanwezig. Met een deel van dit maatschappelijke vastgoed heeft de gemeente een (juridische of financiële) relatie. De afspraken die ten grondslag van deze relaties liggen komen uit ‘een andere tijd’; de tijd van: 'de gemeente betaalt, dus de gemeente bepaalt'.

De samenleving verandert. We leven anders dan we vroeger deden en consumeren ook anders dan vroeger. De bakker en slager in het dorp zijn verdwenen en we gaan nu naar grote supermarkten in nabijgelegen (grotere) dorpen. Bezochten we vroeger een optreden van de plaatselijke toneelvereniging, nu gaan we naar het theater in grote steden. Gevolg hiervan is dat er behoefte is aan andere soorten voorzieningen in de dorpen. Voorzieningen die passen bij dit nieuwe gedrag.

De gemeente start een proces waarbij we samen met de belanghebbenden zoeken naar wat er nodig is om doelen en activiteiten te ondersteunen. Er moet een transformatie komen waarbij de ondersteuning van de gemeente de inwoners helpt bij de realisatie van hun activiteiten, ongeacht waar zij deze activiteiten willen doen. Activiteiten die mensen verbinden en in beweging brengen. Deze transformatie gebeurt zonder bezuinigingsopdracht.

Anders gebruiken van maatschappelijk vastgoed is nodig

De gemeente krijgt ook andere vragen op zich af. Zoals vragen die bijvoorbeeld met de 3 decentralisaties van de rijksoverheid naar de gemeente zijn meegekomen. Het was gebruikelijk dat  mensen voor dagbesteding vroeger met de bus naar de grote stad gingen. Nu ontvangen we verzoeken of deze inwoners dichtbij huis dagbesteding kunnen krijgen. Dat kan alleen als we het maatschappelijk vastgoed anders gaan gebruiken (bijvoorbeeld een sporthal waar overdag dagbesteding wordt georganiseerd). Hier gaat de gemeente actief mee aan de slag. We kijken samen met verenigingen en vrijwilligers hoe we beter samen kunnen werken. Dat past ook bij de mentaliteit die we hier in Kaag en Braassem hebben. Eén van zelfstandigheid en betrokkenheid.

Focus op financiering van doelen

Door deze ontwikkelingen is een nieuwe werkelijkheid ontstaan. Deze werkelijkheid vraagt om een ander gebruik van het maatschappelijk vastgoed. Op dit moment zien we dat de beschikbare ruimten in onze gemeente steeds vaker te maken hebben met leegstand. Daarom is een andere focus nodig. Focus op financiering voor de doelen die je bereikt door wat je doet in plaats van financiering omdat je iets bent of hebt.

Voor welke opgave staan we?

Andere gemeenten zijn al aan de slag met de aanpassing van de samenwerking tussen de gemeente en de gebruikers van het maatschappelijk vastgoed. Kaag en Braassem gaat dat nu ook doen, samen met belanghebbenden. Dat zijn verenigingen, beheerders van maatschappelijk vastgoed en eigenaren van maatschappelijk vastgoed. Met hen bekijken we hoe we invulling kunnen geven aan de verschillende opgaven. Geen nieuwe opgaven, maar opgaven uit drie documenten: de Maatschappelijk Ruimtelijke Structuurvisie (MRSV), MAG 2.0 en het raadsakkoord. Dit zijn documenten die uitvoerig met onze inwoners zijn besproken en waarin zij hun inbreng hebben kunnen doen. Ze zijn daarna door de raad vastgesteld. Het zijn afspraken die we met inwoners en bestuur samen gemaakt hebben over hoe onze gemeente er uit zou moeten zien en welke doelen daarbij horen.

Geld voor maatschappelijk vastgoed gaan we anders besteden

Het gaat nadrukkelijk niet om een bezuiniging. Het geld dat bij de ene actie vrijkomt, komt weer terecht in de 'spaarpot' van het maatschappelijk vastgoed. En kan voor een andere actie weer gebruikt worden. Neem een dorp met meerdere gebouwen met een (potentiële) dorpshuisfunctie die we met gemeenschapsgelden overeind houden. Het kan zijn dat één van deze gebouwen niet meer nodig is omdat bijvoorbeeld de activiteiten die hier plaatsvonden ook ergens anders kunnen plaatsvinden. De gemeente bespaart dan kosten. Het geld dat de gemeente bespaart kan zij inzetten om (één van) de andere maatschappelijk vastgoed objecten aan te passen/ te renoveren zodat daarna bijvoorbeeld ook de toneelvereniging deze locatie kan gebruiken. 

De afspraken

De afspraken over maatschappelijk vastgoed die we eerder met elkaar maakten:

  1. De gemeente heeft alleen maatschappelijk vastgoed in bezit, waarvan het gebruik aantoonbaar bijdraagt aan de doelen en resultaten in de maatschappelijke agenda (MAG 2.0). De gemeente stuurt erop, om de verantwoordelijkheid voor dit maatschappelijk vastgoed, over te dragen aan inwoners of organisaties.

    Dit doel willen wij bereiken door het eigendom van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed over te dragen aan inwoners en organisaties. Voor het maatschappelijk vastgoed dat niet in eigendom kan worden overgedragen, of waar dit geen uitvoerbare optie is, leggen we de exploitatie en het beheer bij inwoners of organisaties en brengt de gemeente een kostprijsdekkende huur in rekening bij de exploitant.

  2. Partijen ontvangen alleen een financiële bijdrage, als de activiteiten in hun vastgoed aantoonbaar bijdragen aan de doelen en resultaten in de maatschappelijke agenda. De gemeente investeert niet meer in stenen, maar alleen in doelen en resultaten.

    De focus van de gemeentelijke financiële ondersteuning verschuift van een bijdrage voor wat je bent naar een bijdrage voor wat je doet. Dit houdt in dat de structurele ondersteuning van de gemeente gericht is op het realiseren van doelen. Partijen die bijdragen aan de doelen uit de MAG (en hier vastgoed voor nodig hebben), kunnen bij de uitvoerder van de MAG (de Driemaster) een aanvraag indienen voor (financiële) ondersteuning van hun activiteiten. Exploitanten en eigenaren van maatschappelijk vastgoed kunnen deze partijen huisvesten en daarmee financiële dekking vinden voor de kosten van vastgoed.
     
  3. Partijen die maatschappelijk vastgoed bezitten, werken samen om te komen tot een efficiënter en vernieuwend gebruik van het vastgoed.

    Bepalend in gebruik van maatschappelijk vastgoed is vraag en aanbod. De verantwoordelijkheid van de gemeente in het gebruik van maatschappelijk vastgoed ligt in de ondersteuning van exploitanten, beheerders en eigenaren en het leggen van verbindingen om tot een efficiënter en vernieuwend gebruik te komen

Individuele gesprekken

Op 24 april jl. zijn wij met alle maatschappelijk vastgoedbeheerders/ -exploitanten en -eigenaren in gesprek geweest over het in de MAG 2.0 opgenomen visie over maatschappelijk vastgoed. Naast het delen van informatie over het project hebben wij tijdens deze avond ook veel informatie opgehaald. Op basis van deze informatie zijn wij tot de conclusie gekomen dat in sommige gevallen een individueel traject of een traject met een klein cluster van partijen. 

In zo'n persoonlijk gesprek onderzoeken we samen met de organisatie of het object dat zij nu gebruiken in eigendom overgedragen kan worden. Dat doen we niet zo maar. We zoeken samen naar de afspraken die het best bij de betreffende vereniging/organisatie past. Deze afspraken willen we vastleggen door een recht van opstal of erfpacht te vestigen. Dit gesprek voeren we met elke organisatie afzonderlijk, zodat we echt maatwerk kunnen leveren. Op dit moment wordt gewerkt aan een Model- opstalrecht en erfpacht- overeenkomst. In dit model zullen wij de uitgangspunten die wij als gemeente bij overdracht minimaal willen hanteren eerst aan het college voorleggen.

In een aantal specifieke gevallen zal het niet lukken om het vastgoed in eigendom door een recht van opstal of erfpacht, aan de partij over te dragen. Daar waar dat niet lukt gaan wij met partijen in overleg over een (meer) evenwichtige verdeling van verantwoordelijkheden.

Vervolgtraject

Deze zomer spreken we alle betrokken partijen. Aan het eind van het jaar (oktober /november)  doet het college een voorstel aan de raad over individuele situaties en uniform beleid. In 2018 gaan wij met partijen verder in gesprek over de overname van vastgoed, gaan wij met partijen in gesprek over de implementatie van de nieuwe manier van financieren en zullen wij een start maken met de uitwerking van de dorpsvisies. Tevens passen wij in 2018, waar en indien nodig, de huidige beleidsdocumenten (subsidieverordening, nadere regels en dergelijke) aan, zodat we vanaf 1-1-2019 kunnen starten met de nieuwe situatie.