Column Yvonne Peters: Kleine kernen op slot? Dat kan zo niet langer
Al jaren trekken inwoners van kleinere dorpen zoals Oud Ade, Rijpwetering en Hoogmade aan de bel: er moeten nieuwe woningen komen. En terecht. Want wie hier is opgegroeid, wil hier vaak ook blijven wonen. Toch blijven nieuwe huizen uit. Hoe kan dat?
De belangrijkste reden: veel bouwplannen liggen net buiten het zogenoemde ‘stedelijk gebied’, aan de randen van de dorpen. En juist dat groene gebied wordt streng beschermd. Zowel de gemeente als de provincie vinden het belangrijk om zuinig om te gaan met open landschap. Daarom geldt de regel: eerst bouwen binnen de dorpskern, pas daarna uitbreiden naar buiten.
Maar wat als die ruimte er simpelweg niet is?
In Rijpwetering is dat precies het probleem. Binnen het dorp is geen plek meer, en daarom heeft de gemeenteraad ingestemd met een bescheiden uitbreiding aan de rand. Een logisch besluit, zou je zeggen. Toch ligt het plan stil, omdat de provincie bezwaar maakt. Het gevolg: een juridisch traject dat jaren kan duren, terwijl de woningnood alleen maar verder oploopt.
Voor veel jonge gezinnen betekent dit dat zij geen kans krijgen om in hun eigen dorp te blijven wonen. Dat raakt niet alleen hen persoonlijk, maar ook de leefbaarheid van onze dorpen. Scholen, verenigingen en lokale voorzieningen zijn afhankelijk van nieuwe aanwas.
Daarom is het goed nieuws dat dit probleem inmiddels ook landelijk aandacht krijgt. Er is een motie aangenomen die de minister oproept om met de provincie in gesprek te gaan over dit soort kleinschalige uitbreidingen. Hopelijk leidt dat tot beweging in het dossier Rijpwetering.
Want één ding is duidelijk: dat onze kleine kernen op slot zitten, is niet houdbaar. En ook niet acceptabel.