Omgevingsplan

In de omgevingsvisie zegt de gemeente hoe zij het leefgebied wil ontwikkelen en beschermen. Die keuzes werkt zij uit in haar omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat zo de regels voor de fysieke leefomgeving.

De gemeente kan voor ieder gebied zeggen welke activiteiten zij wel of niet toestaat, bijvoorbeeld wonen, recreatie of bedrijvigheid. In haar omgevingsplan hoeft de gemeente niet specifiek te bepalen wat er in welk gebied komt. Ze kan voor een ontwikkelingsgebied kiezen voor een algemenere beschrijving met randvoorwaarden. Ook geeft de gemeente aan welke regels zij aan de activiteiten stelt.

Eén omgevingsplan per gemeente

Het omgevingsplan vervangt het geldende bestemmingsplan en de beheerverordening uit de Wet ruimtelijke ordening. Nu hebben gemeenten meerdere bestemmingsplannen voor hun grondgebied. Onder de Omgevingswet moet iedere gemeente 1 omgevingsplan voor haar hele grondgebied vaststellen. Gemeenten krijgen ruimte om omgevingsplannen 'globaler en flexibeler' in te richten dan bestemmingsplannen. Dat is 1 van de doelen van de Omgevingswet. Daardoor kan het omgevingsplan ruimte bieden aan initiatieven binnen daarin opgestelde kaders.

Omgevingsplan bestaat uit tijdelijk en nieuw deel

Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit:

  • (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen
  • rijksregels over activiteiten (aangeduid als de bruidsschat)

Het nieuwe deel van het omgevingsplan is eerst nog leeg, met uitzondering van eventuele voorbereidingsbesluiten op basis van het overgangsrecht. De regels in het nieuwe deel komen deels tot stand door bestaande regels uit het tijdelijk deel om te zetten naar het nieuwe deel. Daarnaast neemt de gemeente in het nieuwe deel nieuwe regels op voor ruimtelijke ontwikkelingen en beleid. Het wijzigingen/vaststellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan kan ook thematisch gebeuren. Deze overgangsfase duurt tot eind 2031.

Bredere reikwijdte

Het omgevingsplan heeft een brede reikwijdte. Dat is het meest opvallende verschil met het bestemmingsplan. Het omgevingsplan kent niet de begrenzing van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Het kan namelijk regels bevatten die over heel de fysieke leefomgeving gaan.

Het omgevingsplan beperkt zich dus niet tot planologische aspecten. Het voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast kan het ook andere regels bevatten over activiteiten. Het gaat dan om activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. De regels in het omgevingsplan zijn altijd regels over activiteiten met mogelijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving.

Veel gemeentelijke verordeningen naar het omgevingsplan

De regels in het omgevingsplan zullen vaak lijken op de regels die nu in gemeentelijke verordeningen staan. Het gaat dan om de vorm, inhoud en motivering van de regels over de fysieke leefomgeving. Denk aan de huidige regels voor kappen, ligplaatsen en monumenten. Het omgevingsplan kan zowel verbods- als gebodsbepalingen bevatten. In het domein bouw kunnen meer onderwerpen in een omgevingsplan een plek krijgen. Het omgevingsplan mag regels bevatten over:

  • het gebruik van gronden en bouwwerken
  • het bouwen en in stand houden van bouwwerken

Waar vindt u het (tijdelijke) omgevingsplan?

U vindt het omgevingsplan via het nieuwe Omgevingsloket . Nadat u op de knop ‘Regels op de kaart’ heeft geklikt, typt u in de zoekbalk het adres.

Hoe maakt de gemeente het omgevingsplan?

De gemeente heeft op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, automatisch een omgevingsplan: een omgevingsplan van rechtswege. Dit omgevingsplan, met een tijdelijk deel, zet de gemeente stapsgewijs om tot een volledig omgevingsplan. Dit gebeurt in 3 stappen. Stap 1 en 2 vormen samen de overgangsfase die tot 2032 duurt.

Stap 1: Het tijdelijk deel

Het tijdelijk omgevingsplan komt tot stand op basis van de Invoeringswet Omgevingswet. Regels uit bestaande instrumenten worden samengevoegd tot 1 omgevingsplan. Die regels krijgen een plaats in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het gaat om:

  • ruimtelijke regels uit bestaande instrumenten van de Wet ruimtelijke ordening (Wro)
  • regels uit gemeentelijke verordeningen over erfgoed, geur en afvoer van regen- en grondwater
  • rijksregels die worden gedecentraliseerd naar gemeenten (bruidsschat)
Stap 2: Regels omzetten uit het tijdelijk naar het nieuwe deel

Tijdens de overgangstermijn kan de gemeente het tijdelijk deel stapsgewijs omvormen naar een volwaardig omgevingsplan. De gemeente zet de regels uit het tijdelijk deel om naar een nieuw deel van het omgevingsplan. In de praktijk is dus steeds sprake van een wijziging in het omgevingsplan. En niet van het opstellen van een nieuw omgevingsplan. Bij het omzetten van de regels moet de gemeente voldoen aan de eisen voor nieuwe regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan.

Stap 3: Nieuwe regels in het nieuwe deel

De gemeente kan nieuwe regels, beleid en ruimtelijke ontwikkelingen die niet in het tijdelijk deel staan, direct in het nieuwe deel van het omgevingsplan zetten. In de praktijk kunnen stap 2 en 3 door elkaar lopen.